Stress hoort bij het leven. Zonder stress zouden we 's ochtends waarschijnlijk nauwelijks uit bed komen, uitdagingen uit de weg gaan en gewoonweg niet veel dingen gedaan krijgen. Het menselijk lichaam is al duizenden jaren ontworpen om snel te kunnen reageren in bepaalde situaties: Gevaar herkennen, energie mobiliseren, handelen. Op zulke momenten draait het organisme op volle toeren - hartslag, ademhaling, alertheid en spierspanning nemen toe. Deze toestand kan zelfs levensreddend zijn.
Stress wordt echter problematisch wanneer er geen einde meer aan komt. Veel mensen leven tegenwoordig in een toestand die niet langer aanvoelt als acute stress, maar eerder als een permanent verhoogd basisniveau. Deadlines, conflicten, overvloed aan informatie, constante beschikbaarheid - het lichaam reageert vaak alsof het zich voortdurend in een potentieel gevaarlijke situatie bevindt. Maar terwijl onze voorouders in staat waren om na een korte periode van spanning weer tot rust te komen, ontbreekt deze fase van echte ontspanning tegenwoordig vaak.



